Logo NSDTRCN

Parasitaire ziekten

Parasitaire ziekten zijn te verdelen in twee groepen, namelijk inwendige parasieten en uitwendige parasieten.

Inwendige parasieten

Inwendige parasieten zijn parasieten die zich in de hond bevinden. Zoals in het maag-darmkanaal, lever, en longen. Voorbeelden van inwendige parasieten zijn:

Wormen

Er zijn verschillende soorten wormen, deze zullen hieronder besproken worden.

De spoelworm (Toxocara)

De spoelworm leeft in de dunne darm van de hond. Het is een ronde worm, enkele tot wel achttien centimeter lang. Spoelwormen zijn geelwit tot roze gekleurd. Vaak zijn ze niet te zien in de ontlasting van de hond, in braaksel zijn ze soms wel zichtbaar. Opgedroogde wormen zien eruit als opgerolde elastiekjes. De eitjes worden met de ontlasting van de hond uitgescheiden. Na een paar weken ontstaan er larven in de eitjes en vanaf dat moment kunnen ze weer andere dieren, of mensen, besmetten. Deze eitjes met larven erin kunnen in de grond wel tot een jaar lang blijven leven. Als ze door een dier, bijvoorbeeld een pup, worden opgenomen, komen de larven via de darmen van de pup in de bloedbaan. Op die manier komen ze ook in longen en luchtpijp terecht. Via opgehoest slijm belanden ze dan uiteindelijk weer in de mond en opnieuw in de darmen, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen.

Bij volwassen honden die al weerstand hebben opgebouwd, blijven de larven vaak in een ruststadium ergens steken. Zodra een teef drachtig is, reizen de larven naar de baarmoeder en de melkklieren. Zo worden in de baarmoeder via het bloed en na de geboorte via de moedermelk de pups besmet. Daardoor heeft vrijwel elke pup last van spoelwormen.

Honden kunnen ook besmet worden door het eten van besmette muizen of door het opnemen van eieren met larven van de grond, via rollen of snuffelen in het gras of aan hun poten likken.

Bij pups is de invloed van een spoelwormeninfectie het grootst. Vaak is een infectie te herkennen aan het “wormenbuikje”: de pup krijgt een dik buikje maar is verder mager en groeit slecht. De darmen werken niet meer goed en de pup krijgt last van diarree en gasvorming en soms braken. Bij volwassen honden is een spoelwormeninfectie meestal niet duidelijk merkbaar, er is soms wat dunne ontlasting en de hond is niet echt fit. Met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting is een infectie door de dierenarts te zien.

Om ervoor te zorgen dat uw hond geen last heeft van spoelwormen kunt u hem ontwormen of -nog beter- eerst mestonderzoek laten doen bij Veterinair Parasitologisch Laboratorium ‘Het Woud’. Bij pups zal de fokker in het nest ontwormen, meestal begint dit al op een leeftijd van ca. 4 weken als ze op wat vaster voedsel overgaan en de darmen van de pups de ontworming beter aan kunnen. Op basis van die 1e ontworming kan worden bekeken of herhaling nodig is of eerst mestonderzoek laten doen. Een dierenarts adviseert meestal de hond twee tot vier keer per jaar te ontwormen maar dat hoeft dus niet. Vergeet niet dat preventief ontwormen niet kan. Er zijn verschillende middelen te krijgen tegen wormen. Als u eerst een mestonderzoek laat doen dan komt het Veterinair Parasitologisch Laboratorium met een uitslag en eventueel een advies t.a.v. het te gebruiken middel tegen de gevonden wormen.

Spoelwormenbesmetting bij mensen

Ook mensen kunnen besmet worden met de hondenspoelworm. Het is een zoönose, een ziekte die van dier op mens kan worden overgebracht. Vooral jonge kinderen die in het gras of zand spelen of aan de hond komen en dan hun handen in hun mond steken, worden besmet. Vaak zijn er geen klachten, maar het is mogelijk dat de larven in lever en longen terecht komen en daar misselijkheid, buikpijn en hoesten veroorzaken. Ook spier- en gewrichtspijn, overgeven en huiduitslag komen voor. Als de larven naar een oog trekken ontstaat een ernstige storing van het gezichtsvermogen. In uitzonderingsgevallen kunnen larven die in de hersenen terechtkomen epilepsie veroorzaken. Een infectie met spoelwormen lijkt bovendien allergische astma te verergeren. Om problemen met wormenbesmettingen te voorkomen is het belangrijk om honden te ontwormen, ontlasting van honden direct op te ruimen, honden niet uit te laten bij kinderspeelplaatsen, zandbakken af te sluiten zodat dieren er niet in kunnen komen, en goed de handen te wassen na buitenspelen of tuinieren en voor het eten.

De lintworm (Dipylidium)

Een andere worm die bij de hond voor kan komen is de lintworm. Lintwormen zijn platte, witte wormen die bestaan uit een kop met daarachter een ketting van allemaal aparte segmentjes. Elk segmentje is gevuld met eieren. In totaal kan de lintworm wel enkele meters lang worden.

De lintworm leeft in de dunne darm van de hond. Zijn kop zit met weerhaakjes vast in de darmwand. Steeds als er segmentjes met eieren rijp zijn, laten deze los en kruipen richting anus. Ze zijn dan zichtbaar in ontlasting of plakken aan de haren van de hond vast. De ingedroogde segmentjes lijken op rijstkorrels.

De hond heeft bij lintwormen vooral last van jeuk. Een kenmerk van een lintwormeninfectie is dat de hond “sleetje rijdt”, oftewel zittend met zijn achterste over de grond schuift. Normaal gesproken is een hond er verder niet ziek van.

De eieren van de lintworm worden opgenomen door vlooienlarven en soms luizen. In de vlo ontstaat dan uit het eitje een blaasworm, een tussenvorm van de lintworm. Als deze weer door een hond wordt ingeslikt, wordt de hond besmet. Besmetting van de mens is zeldzaam, geeft geen ziekte en kan alleen door het opeten van een besmette vlooienlarve worden veroorzaakt, niet door direct contact met ontlasting van de hond. Om lintwormeninfecties tegen te gaan moet de hond regelmatig ontwormd worden. Omdat de vlo een tussengastheer is, is een goede vlooienbestrijding ook essentieel. Daarnaast is het belangrijk om de ligplaats van uw hond goed schoon te houden.

Vossenlintworm (Echinococcus)

Behalve de hondenlintworm kan ook de vossenlintworm bij de hond voorkomen. De natuurlijke gastheer van deze lintworm is uiteraard de vos. Deze scheidt eitjes uit in de ontlasting, die vervolgens door kleine knaagdieren worden opgenomen. Als een vos deze knaagdieren opeet, wordt hij weer besmet. Honden kunnen via contact met de ontlasting van de vos of door het vangen van besmet klein wild worden besmet. Zelf hebben ze daar geen last van, maar ze scheiden wel de eitjes uit.

Vossenlintwormen zijn gevaarlijk voor de mens. Via vossenuitwerpselen, besmette aarde of door het eten van zelf geplukte bosvruchten of paddenstoelen kunnen de eitjes worden ingeslikt. Ook via ontlasting van een besmette hond kunnen de eitjes in mensen terecht komen. Daar ontwikkelen ze zich tot larven, die uitgroeien tot blaaswormen. Deze blaaswormen reizen door het lichaam en veroorzaken ziektes van lever en soms van longen, botten en hersenen. Symptomen zijn pijn in de leverstreek, misselijkheid, braken en geelzucht, of bij aantasting van de longen hoesten en benauwdheid. Niet elke besmetting veroorzaakt ziekte, en het kan jaren duren voor een besmetting ziekteverschijnselen geeft. Mensen onderling kunnen elkaar niet besmetten. Als de ziekte niet behandeld wordt, kan men er aan overlijden. Ook herkauwers en paarden kunnen de blaaswormen bij zich dragen in lever, longen of hersenen. Hoewel vlees tegenwoordig goed gecontroleerd wordt, kunt u slachtafval dat u aan de hond wilt geven dan ook beter koken.

Regelmatig behandelen tegen lintwormen is belangrijk om deze ziekte tegen te gaan. Vermijd ook het contact tussen vossen en uw hond. Was eventueel geplukte vruchten of paddenstoelen grondig en was uw handen na contact met aarde.

Haakwormen (Uncinaria)

De mijnworm is een haakworm van een centimeter lang die in Nederland soms wordt aangetroffen bij honden, voornamelijk in kennels, bij windhonden en jachtmeutes. In Zuid-Europa komt nog een andere haakworm voor, Ancylostoma caninum, die schadelijker is. Haakwormen leven in de dunne darm en gebruiken het bloed van de hond als voedsel. Daardoor kunnen beschadigingen van de darmwand met bloederige diarree en bloedarmoede ontstaan. Andere symptomen zijn conditieverlies en langzame groei. Besmetting loopt meestal via vossen die eieren uitscheiden. De eieren van de haakworm ontwikkelen zich in vochtige aarde. Via inslikken of bij pups ook wel via het drinken van moedermelk komen de larven in de darmen en daarna in de bloedbaan terecht en reizen naar de longen. Daar worden ze opgehoest en weer ingeslikt, om vervolgens in de darmen uit te groeien tot wormen die zich vasthaken aan de darmwand.

Bestrijding vindt plaats via ontwormen met middelen die ook tegen spoelworm werken. Daarnaast is een goede hygiëne in kennels van belang.

Zweepwormen (Trichuris)

Ook zweepwormen komen soms voor in kennels, vooral bij jonge honden in slecht schoongehouden kennels met uitloopweitjes. In een warme en vochtige omgeving worden de eieren besmettelijk en kunnen dit wel vijf jaar lang blijven. Als ze worden ingeslikt, ontwikkelen de larven zich in de darmen en daarna worden het volwassen wormen in de blinde darm. Ze beschadigen de darmwand en veroorzaken bloederige diarree en bloedarmoede.

Net als bij de haakworm zijn een goede regelmatige ontworming en een goede hygiëne de beste manier van bestrijden.

Franse Hartworm (Angiostrongylus)

De Franse hartworm kwam tot voor kort niet in Nederland voor. In landen om ons heen zoals Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Denemarken en Engeland was deze wel bekend. Sinds 2007 zijn echter ook gevallen van honden met een hartworminfectie gemeld waarbij de hond niet in het buitenland was geweest.

De larven van de Franse hartworm leven in slakken en kikkers. Als deze door een hond worden opgegeten of als een hond iets opeet waar een slak op heeft gepoept, kan de hond besmet worden. De larven gaan via de darmwand de bloedbaan in en ontwikkelen zich tot volwassen wormen. Zo belanden ze in de rechter harthelft en de longslagader. Daar leggen ze eieren die vervolgens in de longen vastlopen en daar uitkomen tot larven. Deze worden opgehoest en ingeslikt, waarop ze via de ontlasting van de hond weer worden uitgescheiden.

Symptomen kunnen pas maanden na een infectie te zien zijn. De hond heeft een slechte conditie, eet en groeit niet goed, kan hoesten of braken en benauwd zijn of vocht vasthouden. De larven zijn in de ontlasting alleen met een microscoop te zien. Behandeling is mogelijk met een geschikte wormenkuur.

Hartworm (Dirofilaria)

Een andere hartworm, Dirofilaria immitis, komt in Nederland niet voor, maar wel in landen als Frankrijk (tot de hoogte van Parijs), Italië en andere landen rond de Middellandse zee. Deze worm wordt als microlarve overgebracht door muggen. In het lichaam van de hond groeien ze uit tot volwassen wormen die meer dan twintig centimeter lang kunnen worden en in het hart en de longslagaders blijven zitten. Symptomen zijn hartritmestoornissen, koorts, benauwdheid, vermoeidheid, gewichtsverlies en hoesten. Deze treden pas maanden na de infectie op.

Als een hond eenmaal last heeft van deze wormen is het kwijtraken ervan nog niet zo eenvoudig. Bij het ineens doden van de wormen door een medicijn bestaat namelijk de kans dat de dode wormen verstoppingen van de bloedvaten veroorzaken. Daarom moet dit voorzichtig en in meerdere stappen gebeuren. Veel beter is om te voorkomen dat de hond besmet raakt. Neemt u uw hond mee naar een land waar deze hartworm voorkomt, dan doet u er goed aan uw dier te beschermen met daarvoor bestemde middelen die u bij uw dierenarts kunt krijgen.

Uitwendige parasieten

Tot de uitwendige parasieten behoren ondermeer de vlooien, luizen, teken en schurftmijt. De uitwendige parasieten kunnen onderverdeeld worden in insecten en spinachtige. Vlooien en luizen behoren tot de insecten, want zij hebben 6 poten, terwijl de mijten en teken tot de spinachtige behoren, beiden met 8 poten. Alle genoemde parasieten bevinden zich op, of vlak onder de huid van de hond. Niet alleen huidaandoeningen worden veroorzaakt door deze parasieten ook allerlei inwendige problemen kunnen door uitwendige parasieten worden veroorzaakt. Er zijn diverse bestrijdingsmiddelen beschikbaar, die ieder op een andere fase in de levenscyclus van de parasiet kunnen ingrijpen. Bovendien zijn de ontwikkelingen snel, zodat steeds nieuwere en betere middelen worden ontwikkeld, die minder schadelijk zijn voor de hond.

Vlooien

Een vlo is een klein, bruin insect zonder vleugels. Het lichaam is zijdelings afgeplat. De vlo kan enorm ver springen. De hond is voor de vlo gastheer en zal slechts gedurende korte tijd voor “huisvesting” zorg dragen. De volwassen vlo zuigt bloed en legt eitjes op allerlei plekken in huis, zoals kiertjes, in de hondenmand en dergelijke. Uit de eitjes komen witte larfjes die zich voeden met dierlijk afval. De levenscyclus varieert naar gelang de (omgevings-)omstandigheden van 3 weken tot wel 2 jaar. Dit is afhankelijk van vochtigheidsgraad en temperatuur van de omgeving. Wanneer het vochtig en warm is gedijt de vlo het beste. Vlooien kunnen niet goed tegen koude, maar de eitjes en larven blijven in leven en wachten totdat het warmer wordt en groeien dan uit tot volwassen vlooien. Zo kan het gebeuren dat u terug komt van vakantie en u besprongen wordt door een horde vlooien. De beet van een vlo is slechts klein, maar kan een hevige reactie oproepen bij de hond. Ze gaan erg krabben en zichzelf bijten en veroorzaken zo weer andere huidproblemen. Er kan eczeem ontstaan, en haren kunnen uitvallen. Bovendien kan de hond lintwormen krijgen door het opeten van een besmette vlo.

U kunt gemakkelijk herkennen of de hond vlooien heeft doordat de hond zich vaak krabt. Wrijf tegen de haren in en kijk op de blote huid of u zwarte stipjes ziet. Dit is vlooienontlasting en zeer herkenbaar. Soms ziet u zelfs de vlooien lopen in de vacht. Heeft de hond vlooien, pak dan niet alleen de hond aan met een goed bestrijdingsmiddel, maar ook de omgeving. Immers: de eitjes en larven leven niet op de hond zelf, maar in de omgeving. Die moeten dus ook worden uitgeroeid. Vlooien bestrijdingsmiddelen zijn te verkrijgen bij de dierenarts en dierenspeciaalzaken. Voorkomen is dan genezen, behandel uw hond daarom om te voorkomen dat ze vlooien krijgen.
Note: blijf ver weg van pillen tegen teken en vlooien.

Luizen

Luizen zijn ook insecten zonder vleugels en met plat lichaam. Er bestaan twee soorten luis, de haarluis en de bloedluis. De haarluis is 2 mm groot, heeft een brede kop en voedt zich met huidschilfers en bloed. De bloedluis is langer en leeft alleen van bloed. Luizen worden overgedragen door direct contact van het ene dier met het andere. Ook overdragen via een kam of borstel is goed mogelijk. De luizen geven een enorme jeuk, waardoor de hond zich zal gaan krabben en onrustig wordt. U herkent luizen aan witte korreltjes – de eitjes – die aan de haren vast zitten. Ook via een luizenkam – een heel fijne kam – kunt u controleren of de hond luizen heeft. Behandeling is goed mogelijk, neem contact op met uw dierenarts voor het juiste middel. En zorg wel dat alle honden in huis worden behandeld.

Teken

De teek is 2 mm groot, maar kan, wanneer hij zich heeft volgezogen met bloed van de hond wel zo groot zijn als een koffieboon. Als de teek zich vastgrijpt in de hond, zal hij zich met zijn kop ingraven in de huid. Wat u dan ziet, is een grijs bolletje. U kunt ze echter ook op de vacht zien lopen, voordat ze zich hebben ingegraven. De teek ziet er dan uit als een spinnetje. Het is dan zaak om de teek direct van de hond af te halen voordat ze zich vastgraven. Er zijn overigens 850 soorten teken, die verschillende ziekten kunnen veroorzaken. De bekendste ziekte is Babesiosis, maar zeker zo belangrijk tegenwoordig is Lyme (ook voor mensen) en Ehrlichia canis. Teken voeden zich gedurende de levenscyclus ook op knaagdieren en andere dieren. Op zich is een tekenbeet geen probleem, maar doordat veel teken zijn besmet, kunnen zij ernstige ziekten overbrengen. Zeker in Middellandse Zee Gebieden is de teek vaak besmet. Het advies is een hond altijd een tekenband om te doen in deze gebieden. Zeker als de hond door struikgewassen rent is de kans groot dat een teek op de hond valt. Controleer de hond daarom altijd op teken! Heeft de teek zich volgezogen met bloed dan laat de teek zich weer vallen. Op deze manier kan een teek dus in huis terecht komen en eventueel ook op u terecht komen. Een volgezogen teek die van de hond op de grond valt ziet er uit als een soort “grijze erwt”. Vernietig deze dus direct wanneer u deze op de grond tegenkomt. Een teek verwijdert u het beste met een tekentang, een grijpertje die gemakkelijk de teek verwijdert uit de huid. Let op dat u ook de kop verwijdert, omdat er anders een ontsteking kan ontstaan.
Er zijn veel middelen om te voorkomen dat uw hond teken krijgt. Deze zijn te verkrijgen in dierenspeciaalzaken en bij uw dierenarts. Voorkomen is beter dan genezen.
Note: blijf ook hier ver weg van pillen tegen teken en vlooien.

Babesiosis

Babesiosis is een andere naam voor tekenkoorts. De ziekte wordt overgebracht door bepaalde – besmette – teken. Door de beet wordt een microscopisch kleine parasiet overgedragen op de hond. Deze parasiet zal de rode bloedlichaampjes binnendringen en op deze manier de ziekte veroorzaken. De honden in Nederland hebben geen weerstand opgebouwd tegen deze ziekte, omdat de ziekte niet voorkomt in Nederland. De incubatietijd is 2 tot 3 weken. Verschijnselen zijn: koorts, bloedarmoede, bruine tot wijnrode urine en geelzucht. Wanneer de ziekte chronisch wordt dan zal de hond lusteloos worden en vermageren. Zorg voor een goede tekenband, of een goede spray tegen vlooien die ook tegen teken werkt. Tegenwoordig kan men de hond laten enten door de dierenarts. Men kan kiezen tussen twee entingen die met een tussenruimte worden gegeven en ruim van te voren, met lange werkingsduur en een eenmalige injectie die 3 a 4 weken bescherming biedt. Controleer uw hond geregeld op teken en verwijder deze met een tekentang. Mocht de hond toch ziek worden dan is behandeling in principe mogelijk, mits tijdig begonnen. De ziekte komt voor in (sub)tropische streken en Zuid Europa. Overigens trekt ook deze ziekte langzaam naar het Noorden. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Leishmaniose

Deze ziekte wordt overgedragen door zandvliegjes. De vliegjes besmetten de hond en de witte bloedlichaampjes zullen worden aangetast. Eigenlijk heeft de hond in beginsel slechts vage klachten als vermoeidheid, huidproblemen en algehele malaise. Het is een ernstige aandoening met matige prognose. Diagnose wordt gesteld middels bloedonderzoek. De incubatietijd is 3-7 maanden maar kan uitlopen tot een jaar, dus wees bedacht op deze ziekte wanneer de hond na terugkomst ziek wordt. Er bestaat helaas geen vaccin voor deze gevreesde ziekte en behandeling wanneer de hond toch besmet werd is matig. Men moet proberen de hond te beschermen tegen vliegen en de hond niet gedurende de nacht buiten te laten liggen. Het komt het meeste voor in Zuid-Frankrijk, Spanje, Portugal, Griekenland, Italië, Amerika en Azië. Er zijn speciale banden ter voorkoming van Leishmaniose, bescherm uw hond dus. Behandeling van de ziekte dient te geschieden door de dierenarts.

Rickettsiosis

Deze ziekte wordt veroorzaakt door ziekteverwekkers van het geslacht Ehrlichia canis. Dit is geen bacterie en ook geen virus. Net als babesiosis wordt ook deze aandoening overgebracht door teken. De incubatietijd is gemiddeld 3 weken. Symptomen zijn koorts, slijmerige afscheiding uit neus en ogen, gezwollen lymfeklieren, geen eetlust, vermagering en soms bloederige dunne ontlasting. Behandeling is in het beginstadium goed mogelijk. De verwekkers reageren, net als bacteriën, goed op antibiotica. De ziekte komt vooral voor in de tropen en subtropen, Nederlandse Antillen en Middellandse Zeegebieden. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Sarcoptes

Sarcoptes wordt ook wel schurftmijt genoemd. Deze diertjes zijn nauwelijks waarneembaar met de microscoop. De mijten boren hele fijne gangetjes in de opperhuid van de hond. Daar leggen vrouwtjes hun eitjes. Er zullen korstjes ontstaan op de huid, omdat de huid iets omhoog wordt geduwd door het graven. De hond zal vaak kale plekken hebben aan oren, snuit, ellebogen en poten. Behandeling is moeilijk en langdurig. Bovendien kunnen mensen ook besmet raken, hoewel de mijt slechts enkele dagen in leven blijft op de mens. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Demodex

Iedere hond draagt demodexmijt bij zich, die zitten in de haarfollikels en talgklieren. De overdracht vindt vaak al in het nest plaats van moeder op pups. Dit kan geen kwaad, het baat niet maar het schaadt ook niet. De mijt is met het blote oog niet te zien. Het is een spinachtige mijt door zijn vier paar poten. De mijt leeft van bloed, huidschilfers en haarcellen. Vrouwtjes mijten leggen eitjes in de huid en binnen een paar dagen komen ze uit. Binnen 1 tot 3 weken zijn deze mijten alweer volwassen. In bepaalde gevallen kunnen de mijten toch de overhand krijgen en zorgen voor demodex. In alle gevallen zullen de dieren een verzwakte weerstand hebben, de oorzaken hierachter kunnen zeer uiteenlopen. Behandeling van demodex is afhankelijk van de ernst van de uitbraak. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Octodectus

Deze mijten leven in de gehoorgang van de hond. Deze mijt is erg besmettelijk. Heeft u meerdere honden dan zult u ontdekken dat vaak alle honden besmet zijn. De hond zal met zijn kop schudden, met zijn kop over de grond schuren, zijn hoofd scheef houden of het oor vreemd laten hangen. Als de mijt niet behandeld wordt ontstaat dikwijls een chronische aandoening tezamen met een ontsteking. Het is erg pijnlijk voor de hond, dus let op de tekenen van oormijt. U ziet dikwijls een vieze bruine oorsmeer in de gehoorgang en het oor (en soms zelfs de hele hond) ruikt erg (scherp) onaangenaam. Geregeld de oren schoonmaken helpt oormijt voorkomen. Hou er rekening mee dat deze aandoening vaker voorkomt bij honden met lange hangende oren. Knip geregeld de haren uit de oren om de gehoorgang schoon te houden. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.

Cheyletiella

Deze mijt komt vooral voor bij cavia’s en konijnen, maar soms ook bij de hond. De mijten lijken op huidschilfers en veroorzaken jeuk, haaruitval en schilfering. Kijkt u met een loep dan zult u de “schilfers” zien bewegen. Denkt u dat uw hond roos heeft en krabt de hond zich veelvuldig, laat dan de dierenarts checken op mijten. De mijten kunnen overgaan op de mens. Behandeling dient te geschieden door een dierenarts. Het is wel vrij gemakkelijk te behandelen.

Schimmels

Er zijn verschillende soorten schimmels die vaak voorkomen bij de hond. Overigens kunnen deze zich ook op de mens voor komen. Als de hond kale plekjes heeft dient u bedacht te zijn op schimmels. Meestal worden de plekjes steeds ronder, waarbij in het centrum “herstel” optreedt, zodat er een soort ring ontstaat. Er wordt derhalve ook wel gesproken van ringworm, hoewel het helemaal niets te maken heeft met wormen. Dit is bij honden de meest voorkomende schimmel. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts. Schimmels zijn vaak zeer besmettelijk, houd daarom uw dier dan weg van andere dieren.